cultuur in amsterdam oost watergraafsmeer
verslag 1e CONSULTATIERONDE
 
VERSLAG 1E CONSULTATIERONDE ACTUALISERING NOTA KUNST & CULTUUR OOST/WATERGRAAFSMEER woensdag 10 JANUARI 2007 14:00 TOT 17:00 UUR


Aanwezig: Jos Vijverberg (Muiderpoorttheater); Jos den Dikken (CIAOW); R. Pennekamp (Brain- stormbureau); Eleonoor van Beusekom (beeldend kunstenaar/extern adviseur collec-tie vorming CBK); Maryla Nienhuis (Centrum Beeldende Kunst); Inge Tramm (OAR Oost/Watergraafsmeer); J. Prop en L. M. Diephuis (Polderlicht); Wieb Broekhuijsen (KIT Tropentheater); Robin Lemmers en Chris de Jong (Orfeos Studio / Muziekma- kerscentrum); Anouck Wolf (MOCCA) Stevina van Hulsen (Frankendaalschool); Mil- dred van der Zwan (Stichting De Rode Loper); G. van der Bogaerde (Linnaeus- school); M. de Rooij (Stichting Nowhere); Johanna Meijerink (Galerie Libbe Vene-ma); Germaine Princen (lid dagelijks bestuur kunst en cultuur stadsdeel Oost/Water graafsmeer); Jantien Westerveld (Muziekschool Amsterdam); Ivonne Wiering (Vereni-ging van beeldend kunstenaars Méer Kunst); Machtelt van Thiel en Ina Brekelmans (De Rode Loper op School); Dirk Jan Jager (Stichting Outline); Frances Overwater (Kunstmagneetschool De Kraal); Emiel Koning, Judith Jacobs en Henk Grobben (Pleintheater); M. Manicardi (Badhuistheater de Bochel); Karim Demir (Stichting Klam); Sana Ayat en Miriam Aakouk (Stichting Sociaal Cultureel Centrum Marokka- nen); Martin Veltman, Wiek Molin en René Koome (Grafisch Werkcentrum Amster- dam); Loek van Zoolingen (Muziekatelier); Jaap Balvers en Cora Rijfkogel-van Dam (Orkestvereniging d’Oude Stadt, na afloop discussiegedeelte); Karin Met (beleidsadvi seur lokaal onderwijs stadsdeel Oost/Watergraafmeer en Jos van Hofslot (adviseur kunst en cultuur a.i. stadsdeel Oost Watergraafsmeer, voorzitter en notulist).

Afwezig: met bericht: G. T. Moerkamp (Daltonschool De Meer); Dhr. Mekkelholt (Stichting KBA); M. Remeeus (Sbo. Het Spectrum); Dhr. A. M. Mulder (Amsterdams Fonds voor de Kunst); dhr. A. Kater (Stichting MK 24) en H. Hiddink (Interkerkelijk Koor Water-graafsmeer)
zonder bericht: Ruth Louz (Africa in the Picture Filmfestival); J. Buitendorp (Galerie Nola Hatteman / Vos); J. van Lier (Stichting Keep Them Rolling);


IOPENING/INLEIDING

Jos van Hofslot opent de consultatieronde, heet de aanwezigen welkom en licht toe het doel van de middag toe: vaststellen met elkaar of aanwezigen zich herkennen in de evaluatie, wat goed is aan het gevoerde beleid en wat beter kan.

IIWELKOMSTWOORD GERMAINE PRINCEN

Germaine Princen geeft aan dat het stadsdeel openheid hoog in het vaandel heeft, ook op een open manier met burgers en instellingen wil omgaan. Ook de raad deelt deze manier van werken en de manier waarop de nieuwe nota kunst en cultuur tot stand moet komen maakt daar deel van uit. Ik vraag u te reageren op de evaluatie. In de evaluatie staat vermeld wat een aantal instellin-gen en voorzieningen de afgelopen jaren hebben gepresteerd ter uitvoering van ons kunst- en cul-tuurbeleid. Ik nodig u uit aan te geven of u zich in die lezing kunt herkennen. Ik kon het niet laten een aantal prikkelende stellingen in de evaluatie op te nemen. De informele raadscommissie van 16 januari as. gebruikt dezelfde evaluatie om met u over het nieuwe kunst en cultuurbeleid in gesprek te komen. Halverwege dit jaar moet er een nieuwe nota kunst en cultuur liggen. Wat mij betreft zijn er geen heilige huisjes. Op het totale stadsdeelbudget praten we over een kunst- en cultuurbudget van 1 miljoen euro, dat is erg weinig. Het grootste deel van dit budget ligt bovendien al vast. Als het aan mij ligt mag dat veranderen. We zouden het budget kunnen ophogen en het bestaande aanbod in tact laten, we zouden ook bestaand budget kunnen herschikken. Wat mij be-treft is alles mogelijk en ligt alles open. Overigens spreek ik hier op persoonlijke titel, ik vertegen-woordig hier geen stadsdeelstandpunt. Wat jarenlang vanzelfsprekend is geweest mag ter discus-sie komen. Niets is zo erg om te besluiten omdat het al jaren zo besloten is. We gaan voor de in-houd en de vorm. Het gaat om de keuzes die voorliggen. De hoofdkeuze ligt wat mij betreft tussen organisatie/overhead en uitvoering. En wat voor uitvoering of performance willen we dan. Moeten culturele voorzieningen altijd maar vanzelfsprekend met subsidie in stand blijven? Ik ben benieuwd naar uw reactie op de evaluatie en naar uw ideeën waar we met het cultuurbeleid van het stads- deel naar toe moeten en vervolgens naar de vorm en inhoud die ons cultuurbeleid moet krijgen.


IIIKENNISMAKINSRONDE INSTELLINGEN EN AANWEZIGEN

Germaine Princen vraagt de aanwezigen hun naam en de organisatie die zij vertegenwoordigen te vermelden op de presentielijst die rondgaat en nodigt vervolgens de aanwezigen zich voor te stel-len met naam en instelling die ze vertegenwoordigen, en kort aan te geven welke activiteiten hun organisatie ontplooit.

Guillaume van der Bogaerde: directeur van de Linnaeusschool. Wij doen aan cultuureducatie en we krijgen daar geld voor en hebben om die reden diverse contacten met culturele instellingen om aanbod voor onze school te verzorgen. Ik zit hier als consument van cultuureducatie.
Johanna Meijerink: galeriehoudster.
Wieb Broekhuijsen: directeur van het Tropentheater, onderdeel van het Koninklijk Instituut voor de Tropen, wij verzorgen een aanbod cultuureducatie voor Oost.
René Koome: Grafisch Werkcentrum Oost, informatie over wat wij doen hoort u van mijn collega.
Martin Veltman: eveneens van het Grafisch Werkcentrum Oost, gevestigd in de Molukkenstraat; behalve grafische werkplaats ook zeefdrukwerkplaats dat zich bezighoudt met o.a. zeefdruk, lino- en boekdruk; kondigt aan volgende week een folder mee te nemen.
Wiek Molin: Grafisch Werkcentrum Oost;
Sana Ayat: Stichting Sociaal Cultureel Centrum Marokkanen; ons centrum organiseert culturele ac tiviteiten voor jong en oud;
Miriam Aakouk: eveneens van Stichting Sociaal Cultureel Centrum Marokkanen;
Stevina van Hulsen: houd me bezig met kunstopvoeding binnen de Frankendaalschool;
Ivonne Wiering: voorzitter van vereniging van beeldend kunstenaars Méér Kunst, een vereniging van professionele en amateur-kunstenaars uit Oost/Watergraafsmeer;
Jantien Westerveld: hoofd van de Muziekschool Amsterdam, vestiging Nieuwe Kerkstraat;
M. Manicardi: artistiek leider van het Badhuistheater; ons theater ondergaat op dit moment een gro te verbouwing met steun van het stadsdeel. Binnenkort gaan we weer open. Straks hoort u meer van ons.
Karim Demir: voorzitter van stichting KLAM, een Koerdische organisatie die culturele activiteiten organiseert voor in Amsterdam wonende Koerden.
Emiel Koning: directeur van het Pleintheater.
Henk Grobben: voorzitter van het bestuur van het Pleintheater.
Maryla Nienhuis: hoofd van het CBK Amsterdam, voorheen Artotheek Oost, onderdeel van de stadsdeelorganisatie. We gaan op termijn verhuizen naar de voormalige tramremise in het Polder- weggebied.
Anouck Wolf: Mocca, Matchpoint Onderwijs Cultuureducatie Amsterdam, expertisenetwerk cultuur educatie in en voor Amsterdam, we adviseren scholen over vraag en aanbod cultuureducatie en we matchen vraag en aanbod.
Michel de Rooij: directeur van Nowhere, een cultureel centrum voor jongeren in de Madurastraat in de Indische Buurt. We organiseren drie workshopseizoenen waaraan ook veel jongeren uit Oost Watergraafsmeer deelnemen, ongeveer 20 %. Behalve workshops organiseren we ook speciale scholenprojecten zoals voor het Pieter Nieuwland en het Amstellyceum. Drie workshopseizoenen, het aanbod is heel breed, net zo breed als de jongerencultuur zelf, van urban dance, Turks volks- dansen tot yoga en rap.
Judith Jacobs: bestuurslid van het Pleintheater.
Inge Tramm: lid van de Ouderenadviesraad Oost/Watergraafsmeer en ik vertegenwoordig hier de belangen van ouderen bij cultuurparticipatie.
Eleonoor van Beusekom: beeldend kunstenaar en landelijk adviseur kunstaankopen en kunst in de openbare ruimte. Ben hier als extern adviseur collectievorming van het CBK.
Jos den Dikken: van CIAOW, databank die alle culturele voorzieningen van Oost/Watergraafs- meer in kaart brengt.
Loes Diephuis: van stichting Polderlicht, wij verzorgen licht en geluidfestivals in het Polderwegge-bied en in het Seinhuis bij het Muiderpoortstation.
John Prop: collega van Loes Diephuis en maak direct reclame voor het volgende editie van Pol-derlicht in oktober dit jaar.
Robert Pennekamp: beeldend kunstenaar van het Brainstormbureau, ook betrokken bij Stichting Ateliers Oostelijke Eilanden en bij de ontwikkeling van de Van Gendthallen, hou me verder bezig met community art-projecten.
Mildred van der Zwan: directeur van stichting De Rode Loper, dat elk jaar het Rode Loper Festival organiseert. Bij dit festival zijn bijna alle culturele instellingen van het stadsdeel aangesloten. De Rode Loper behoorde tot stadsdeelorganisatie maar is in 2005 verzelfstandigd in een stichting
Jos Vijverberg: directeur van het Muiderpoorttheater, buurttheater in de 1e Van Swindenstraat, mijn theater focust op dans, jongerendans, eigentijdse dans en niet-westerse dans. We doen veel cultuureducatieprojecten en jongerenparticipatie-projecten. Daarnaast zij we ook stadsdeeloverstij- gend actief in de vorm van moderne dans voor heel Amsterdam en internationaal.
Dirk Jan Jager: voorzitter van stichting Outline, dat tentoonstellingen van beeldende kunst organi-seert, we zitten hierachter in het koepeltje achter het stadsdeelkantoor. Aanstaande zaterdag ope-nen we een nieuwe tentoonstelling.
Machtelt van Thiel: Stichting De Rode Loper Op school, verzorgt cultuureducatie gericht op het stadsdeel en gesubsidieerd door het stadsdeel. We zijn voortgekomen uit stichting De Rode Loper en eveneens in 2005 verzelfstandigd.
Ina Brekelmans: ook van Stichting De Rode Loper Op school;
Francis van Overwater: basisschool/kunstmagneetschool De Kraal aan het Steve Bikoplein, ik ben daar cultuurcoördinator op de school, ook vakleerkracht dans, heb dus een dubbele functie.
Karin Met: beleidsmedewerker lokaal onderwijs van het stadsdeel, zit hier vanwege cultuureduca-tie.
Chris de Jong: betrokken bij de ontwikkeling van het Muziekmakerscentrum Amsterdam Oost in het Polderweggebied.
Robin Lemmers: hetzelfde verhaal.


IVEVALUATIE BELEIDSDOEL 1 BEVORDEREN CULTUURPARTICIPATIE

Jos van Hofslot licht de evaluatie van dit beleidsdoel toe. Dit hoofddoel kent vier subdoelen, te weten bevorderen van diversiteit, toegankelijkheid en samenhang in het aanbod en tenslotte cul-tuureducatie voor de jeugd en nodigt aanwezigen uit daarop hun reactie te geven.

M. Manicardi: vraagt of er nog een exemplaar van de evaluatie voor hem beschikbaar is.
Maryla Nienhuis: vraagt hoe de evaluatie besproken wordt.
Jos van Hofslot: refereert aan het draaiboek dat is meegezonden en licht toe: voor de pauze be-spreken we hoofddoel 1. Na de pauze gaan we in op hoofddoel 2 kunst in de openbare ruimte en van ongeveer 16:15 tot 16:45 uur bespreken we hoofddoel 3 Culturele Initiatieven en Amateur- kunst. Deze gespreksonderwerpen corresponderen met de hoofdstukindeling van de evaluatie.
Maryla Nienhuis: maakt complimenten voor de evaluatie die in zo korte tijd tot stand is gekomen maar heeft toch een paar kanttekeningen. Haar is niet geheel duidelijk in de evaluatie waar het over beleid en beleidsdoelen gaat, waar een toelichting wordt gegeven en waar sprake is van eva luatie van beleid. Heeft hierover ook bij het schrijven van de evaluatie opmerkingen gemaakt maar die zijn niet alle verwerkt in de versie die nu voorligt. Er is gesproken over 16 beleid prioriteiten in de oude nota, hierover is ook contact geweest. In deze versie zijn die 16 prioriteiten teruggebracht tot drie beleidsdoelen. Jammer dat een aantal beleidsprioriteiten die juist op het CBK betrekking hadden, daardoor niet meer aan bod komen. We hebben als CBK onder zeer grote tijdsdruk ons commentaar geleverd en dat is niet allemaal verwerkt, dat wil ik erover zeggen.

Jos van Hofslot: inderdaad is niet alle commentaar van het CBK overgenomen. Uw rol is informa- tie aan te leveren over het CBK, mijn rol is het om een evaluatie te schrijven en te redigeren. De verantwoordelijkheid voor het eindproduct ligt bij mij en mevr. Princen.
Wieb Broekhuijsen: gaan we nu dan niet de stellingen bespreken? Ik wil een opmerking maken, niet zozeer over Oost maar over de overheid in het algemeen: het lijkt erop dat je geen relatie met iemand hebt als je geen geld van diegene krijgt in de vorm van subsidie of anderszins. Ik wil in elk geval opmerken dat we het als KIT Tropentheater fijn vinden om in het stadsdeel te staan maar we zouden het ook op prijs stellen als het stadsdeel aandacht heeft voor een wederzijdse relatie.
Martin Veltman: We zitten hier nog maar pas. Uit de evaluatie blijkt dat samenhang en samenwer-king om meerdere redenen nastrevenswaardig is. Als ik om me heen kijk dan lijkt me dat veel mensen elkaar niet kennen en hier voor het eerst bij elkaar zijn. Versnippering is geen goede zaak en om die reden zijn wij sterk voorstander van een verzamelgebouw voor Groot Oost waarin een aantal verschillende disciplines kunnen worden samengebracht. Wij zitten nu aan de rand van het stadsdeel maar we zouden ervoor willen pleiten op korte termijn op zoek te gaan naar een groot pand in de omgeving van de Wibautstraat om daar zo’n bedrijfsverzamelgebouw of broedplaats te realiseren. Afgezien dat wij een acuut huisvestingsprobleem hebben, zou dat ook een goede ma-nier zijn om meer samenhang in en meer samenwerking tussen het culturele aanbod te bewerk stelligen. Daarnaast pleiten wij voor een soort open dag van alle culturele instellingen in het stads- deel zodat we van elkaar weten wie we zijn en wat we doen. Mijn indruk is dat we ieder een eigen winkel hebben en dat moeten we doorbreken. Een gebouw waar heel veel culturele disciplines sa- men gehuisvest zijn, dat is ons ideaal.
Jos van Hofslot voegt hieraan toe dat het stadsdeel wel degelijk initiatief heeft genomen om meer samenhang te krijgen in het aanbod en noemt als voorbeeld het Groot Overleg Cultuur dat ook in de evaluatie vermeld is.
Germaine Princen merkt hierover op dat dit overleg destijds door haar voorganger in het leven is geroepen en dat zij er op voorhand nog niet uit is om dit overleg op korte termijn voort te zetten omdat nu de ontwikkeling van nieuw cultuurbeleid er tussendoor komt en voorrang heeft. Zij wil het nu vooral hebben over cultuurbeleid in brede zin, dus niet zonder meer over het subsidiebeleid voor culturele instellingen. Zij wil ook beleid kunnen voeren zonder dat het direct weer over subsi- dierelaties gaat. Dat er nu toch een evaluatie ligt en er over gesproken wordt, heeft er ook mee te maken dat de raad er behoefte aan had om terug te kijken op het gevoerde beleid en samen met de instellingen na te gaan wat daar goed en wat daar minder goed aan was. Maar zij wil het voor- al ook over de toekomst hebben. Wat haar betreft hoeft de discussie niet speciaal over de evalua- tie of over de stellingen te gaan.
Eleonoor van Beusekom: heeft de evaluatie drie keer gelezen. Vindt het moeilijk een aanknopings-punt te vinden. Vraagt zich af vanuit welk perspectief het stuk geschreven is. Verder vermeldt de evaluatie (doel-) groepen en hanteert beleidsdoelen alsof voor iedereen duidelijk is wat daarmee bedoeld wordt, terwijl ze voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Haar is niet duidelijk wie wat roept en op basis waarvan. De evaluatie staat ook vol met allerlei aannames die moeilijk te duiden of te weerleggen zijn. Ze vindt de evaluatie wel geschikt als afzetje maar vindt haar verder moeilijk voor discussie.
Wieb Broekhuijsen: sluit zich aan bij de opmerking van de vorige spreekster en voegt daaraan toe dat aanwezigen het misschien maar beter over de toekomst van het cultuurbeleid van het stads-deel kunnen hebben.
M. Manicardi: vindt de evaluatie een enorme prestatie maar ook erg ingewikkeld om te begrijpen. De evaluatie wil een totaalbeeld scheppen door én het de afgelopen jaren gevoerde beleid samen te vatten én te evalueren. Maar hij vindt ook de beschrijving van het Badhuistheater in het geheel niet kloppen en kwalificeert de beschrijving door te verwijzen naar regimes die het met de waar heid niet zo nauw namen. Wil binnenkort samen met zijn bestuur een gesprek met de wethouder hebben om over de toekomst van zijn theater te spreken en de beeldvorming over zijn theater te corrigeren.
Jos Vijverberg: brengt hier tegenin dat deze consultatieronde niet is bedoeld om het speciaal over de eigen instelling te hebben, het moet over het beleid gaan.
M. Manicardi: brengt hier tegenin dat hier het niet over zijn theater heeft maar over de manier waar op er in de evaluatie over geschreven is.
Jos Vijverberg: de eerste beleidsdoelstelling en de evaluatie daarvan zijn een bundeling van be-leidsdoelen van vier jaar geleden en iedereen hier aanwezig, is erbij betrokken geweest en heeft er een bijdrage aan geleverd of ermee te maken gehad. Zo nieuw en vreemd kan het allemaal voor de meeste aanwezigen niet zijn. Hij mist in de evaluatie wel de aansluiting en de relatie met de centrale stad en met internationale ontwikkelingen. Hij hoopt dat het nieuwe beleid goed gaat aansluiten bij ontwikkelingen in de andere stadsdelen, bij het beleid van de centrale stad, bij lan- delijke en internationale ontwikkelingen. Hij vreest dat wanneer het stadsdeel die aansluiting mist, dat bepaalde onderdelen van beleid die voor het stadsdeel van belang zijn, over het hoofd gezien worden.
Chris de Jong: de evaluatie is erg kwalificerend, maar biedt erg weinig kwantitatieve gegevens. Als ik wil weten, wat heeft het gekost, hoeveel hebben we gedaan en wat heeft het opgeleverd, dan kom ik daar in deze evaluatie niet achter. Hij mist gekwantificeerde resultaten. Je zou eigenlijk ver- schillende beleidsinstrumenten naast elkaar moeten kunnen zetten en dan kunnen bekijken welke instrumenten het meest en welke het minst effectief zijn geweest. Als je wilt weten hoe je in de toe komst beleid moet maken, moet je weten welke instrumenten goed hebben gewerkt en welke min- der goed of helemaal niet.
Jos van Hofslot: er was te weinig tijd om alle effecten van beleid ook kwantitatief uit te diepen. Dat was ook niet het doel van de evaluatie. Doel was om bij de evaluatie van het tot nu toe gevoerde beleid aansluiting te vinden van de nota uit 2001. Die moest eerst worden samengevat en vereen-voudigd in een beperkt aantal hoofddoelen. Op basis daarvan is heel globaal gekeken wat er van die doelen terecht gekomen is, om enigszins te kunnen bepalen waar het stadsdeel nu staat met zijn cultuurbeleid. Daarin is de evaluatie zijns inziens redelijk geslaagd.
Guillaume van der Bogaerde: wil toch iets positiefs zeggen over het in het verleden gevoerde beleid. Zijn school is daar erg tevreden over. Zijn school is een gemengde school en diversiteit is echt een item. Hij is daarom erg te spreken over de bundeling van activiteiten, over het functione- ren van De Rode Loper Op School en over het MOCCA. Tot enige tijd terug werd de school bedol ven onder de vele initiatieven van aanbieders van cultuureducatie. Dit lokte bij de scholen en do centen gemakzucht uit. Met die nieuwe voorzieningen zijn we als school veel beter in staat beleid te ontwikkelen dat bij ons past. Er is geld om cultuurcoördinatoren te scholen. Bij ons is cultuuredu catie volop in beweging en we willen er op deze manier graag mee doorgaan.
Inge Tramm: Ouderen worden in de evaluatie nauwelijks genoemd, pleit voor meer aandacht voor ouderen, voor participatie in fysieke zin —gebouwen waar culturele instellingen in gevestigd zijn, zijn vaak voor ouderen slecht toegankelijk— maar ook in overdrachtelijke zin. Huidige ouderen hebben in hun jeugd niet die kansen gehad die jongeren nu hebben om hun creatief talent te ont- wikkelen. Ouderen moeten een herkansing krijgen in dit opzicht; ze zou van re-educatie willen spreken. In ouderencentra gaat het meestal alleen om vertier als bingo en klaverjassen. Voor de creatieve ontplooiing van ouderen moet ook specifieke aandacht komen. Zou de oude nota uit 2001 nog graag ontvangen.
Jos van Hofslot: heeft u suggesties?
Germaine Princen: doet voorstel de opzet van de discussie te wijzigen. Veel aanwezigen kennen de oude nota niet en hebben hem niet gelezen. Stelt voor de oude nota te laten rusten. De evalu- atie heeft betrekking op die oude nota en stelt daarom voor ook de evaluatie verder te laten rus-ten. Zij wil daar ook de toekomst niet mee in. Voor haar is de evaluatie slechts een moment om bij stil te staan. Ze is bij wijze van spreken slechts de aftrap voor de discussie. Wil graag verder gaan en een beroep doen op de betrokkenheid, ervaring en deskundigheid van de aanwezigen om haar ideeën aan te reiken voor nieuw beleid en refereert daarbij aan de opmerkingen van Jos Vijver berg over aansluiting bij ontwikkelingen die zich in andere stadsdelen en bij de centrale stad afspe len en bij landelijke en internationale ontwikkelingen. Zij stelt daarom voor de rest van de middag verder te besteden aan nieuw beleid en haar van ideeën te voorzien voor het ontwikkelen van be- leid dat voor het stadsdeel als onderdeel van Amsterdam van belang is. Roept aanwezigen op zich in de verdere discussie te laten leiden door de toekomst en zich niet te laten hinderen door de evaluatie, met alle respect voor de opsteller ervan.
Robin Lemmers: mag ik nog een vraag stellen. Er werd gezegd, er waren heel veel beleidspriori- teiten (16) en die zijn gecomprimeerd tot drie beleidsdoelen, heeft u daarop gereageerd, waar zijn de andere doelen of is dat oud beleid dat nu in de prullenbak gaat?
Jos van Hofslot: licht toe. De drie beleidsdoelen inclusief de vier subdoelen onder hoofddoel 1 die in de notitie geëvalueerd zijn, vormen een samenvatting van de 16 beleidsprioriteiten uit de nota van 2001. De evaluatie van het gevoerde beleid heeft plaatsgevonden aan de hand van de drie beleidsdoelen waarin dat oude beleid gecomprimeerd is. Anders zou evaluatie van het tot nu toe gevoerde beleid ondoenlijk zijn geweest.
Robin Lemmers: dus 16 beleidsprioriteiten onder de paraplu van drie, in zoverre is er geen sprake van beleidswijziging, zo van: daar zullen nooit meer iets van horen?
Germaine Princen: stelt voor geen pauze te houden en gewoon door te gaan met de discussie, los van de evaluatie en los van de doelen die daarin zijn besproken.
Wiek Molin: ik ben niet in staat de evaluatie samen te vatten, maar op pagina 6 staat dat inwoners verstoken blijven van de rijkdom van het culturele aanbod. Het zou mijns inziens veel opleveren als je veel zaken bij elkaar onderbrengt zoals op de computer in de hal van het stadsdeelkantoor. Het zou goed zijn als daar informatie op te vinden is waar bezoekers die moeten wachten, kunnen nagaan wat er allemaal in het stadsdeel te vinden en te doen is.
Jos den Dikken: ik ben van de databank www.ciaow.nl. Alles wat in het stadsdeel aan cultuur te vinden en te doen is komt op deze site te staan. Inwoners kunnen er een project starten en het via de site bekend maken of deelnemers zoeken. Je kunt er opzoeken welke kunstwerken er in de o-penbare ruimte van het stadsdeel zijn, wie de maker ervan is, en waar de werken staan. Je kunt ook opzoeken wie de pianist is, die in je straat zo mooi piano speelt, bijvoorbeeld.
Wiek Molin: dat is nu juist weer het probleem. Die mensen die hier allemaal zitten die weten dat allemaal. De mensen die hier beneden in de hal zitten te wachten, die zoeken niet op internet en die weten dat niet. Het zou goed zijn als ze tijdens het wachten door op wat knopjes te drukken makkelijk bij die informatie kunnen komen en er zo achter komen wat het stadsdeel heeft.
Ik bedacht me net bij het tekenen van de presentielijst dat het goed zou zijn als er een lijst komt met alle gegevens zoals emailadres, telefoonnummers en website en adressen van de aanwe-zigen hier zodat we na deze bijeenkomst en na volgende week contact met elkaar kunnen leggen en elkaar kunnen leren kennen. Ik zou graag zo’n lijst willen krijgen.
Robert Pennekamp: de mensen die hier zitten en hun organisaties weten dat allemaal al. Met alle respect, u bent hier een beetje nieuw, maar ik vind dat we het daar niet over moeten hebben, dat is een beetje zonde van de tijd.
Wiek Molin: het gaat over samenhang en samenwerking, de evaluatie heeft het daarover en dan mag ik daar toch ook over hebben? Dan klopt de evaluatie gewoon niet, en moeten we het dáár o-ver hebben.
Jos Vijverberg: er is de laatste vier jaar heel veel bereikt in het meedelen van de culturele rijkdom van het stadsdeel aan de bewoners. Tegelijk constateer ik dat er heel veel activiteiten zijn en er heel veel versnippering is. Mijn idee is dat inwoners die echts iets willen, heel goed in staat zijn om de weg daar naartoe zelf te vinden en dáár terecht te komen waar ze willen. Ik merk dat ook in mijn theater. We moeten voor de discussie een aantal spannende stellingen neerleggen om verder te komen. Er gebeuren veel activiteiten naast elkaar en vaak zijn instellingen onvoldoende toege- rust en komen aan realisatie van belangrijke beleidsdoelen niet toe. Dat bedoel ik met versnippe- ring. Het stadsdeel ondersteunt heel veel relatief kleine initiatieven. Het gaat om de vraag: wil je als stadsdeel een paar heel goede culturele voorzieningen die in staat zijn te bloeien, of probeer je als stadsdeel zoveel mogelijk te doen, of het nou levensvatbaar is of niet. Dat is de vraag die ik zou willen stellen en die ik wat mij betreft aan de aanwezigen hier zou willen voorleggen.
Emiel Koning: het stadsdeel is sowieso niet in staat versnippering tegen te gaan door enkele voor- zieningen te selecteren en goed te outilleren. Culturele instellingen zijn vaak al duur genoeg en worden door meer partijen gefinancierd. Nadeel van inperking tot enkele toonaangevende culture-le voorzieningen is dat nieuwe initiatieven geen kans krijgen. Ik zou het geen goed idee vinden om de structuur die de afgelopen jaren is ontwikkeld, nu weer over boord te gooien en weer helemaal opnieuw te beginnen, dat wil zeggen het budget op een hoop te vegen en weer opnieuw te verdelen. Ik zie de bui al hangen, mijn theater moet dan weer gaan sprokkelen.
Germaine Princen: herhaalt nog maar eens dat op de totale stadsdeelbegroting van 100 miljoen slechts 1 miljoen beschikbaar is voor kunst en cultuur, waarvan € 7 à € 800.00 vastligt. Daarvan is € 200.000 jaarlijks te besteden aan structurele subsidies. Daarvan is slechts € 14.000 echt vrij te besteden aan culturele initiatieven. Daar zit geen systeem of beleid onder. Er is daar willekeur, wie het eerst komt, het eerst maalt. Is dat iets om trots op te zijn? Vanuit mijn positie, vanuit de politiek geredeneerd, niet. Ook niet gezien het budget waar we het over hebben. Ik wil die discussie wel hebben, dus ook herschikking van budget niet uitsluiten. Er lijkt iets gegroeid te zijn, we noemen dat professionalisering van de theaters, maar moeten we het ook niet hebben over wat we in het stadsdeel willen hebben. Ik begrijp dat u uw budget wilt veiligstellen, maar ik wil kunst en cultuur-beleid in het perspectief van samenhang en samenwerking zien en niet alleen in het perspectief van verdelen van subsidies.
Eleonoor van Beusekom: ik vroeg me af of het budget de afgelopen periode waarin instellingen zo marginaal hebben moeten functioneren, nog verhoogd is. Wat ik weet over hetgeen in het stads- deel ontwikkeld is, is dat het almaar leuker en beter wordt, dat er een forse sprong vooruit is ge- maakt. Ik vraag me dan af of daarmee ook het budget omhoog gegaan is, m.a.w. dat als we aanto nen het beter te doen, dat dan ook het budget omhoog gaat. Dat is toch een reële vraag, past ook bij de positieve ontwikkeling die het stadsdeel doormaakt.
Germaine Princen: het cultuurbudget gaat niet vanzelf omhoog, al is er bij de begrotingsbehande- ling 2007 door verschuiving van budget € 50.000 voor cultuur bijgekomen. Op de schaal van het stadsdeel is dat behoorlijk veel. Maar daarvoor moet ik het met u wel kunnen hebben over hoe rijk we als stadsdeel zijn, over wat goed gaat en wat niet en samen een richting uitzetten. Anders kan ik een claim voor extra budget kunst en cultuur niet onderbouwen naar de raad. Met die onderbou-wing zou ik graag voor meer budget voor kunst en cultuur in de raad willen pleiten.
Wieb Broekhuijsen: Gaat het nu uitsluitend om het herschikken van die € 700.000 die vastligt of het verbijzonderen van dat budget van € 200.000 dat niet vastligt of gaat het om het beleid van laat ik zeggen van broedplaats tot A-locatie. Ik bedoel, kunnen we zo’n breed onderwerp met een zo groot aantal aanwezigen wel voeren. Ik vind het daarom ook een beetje lastig discussiëren van-middag. Zijn er geen ideeën om die discussie enigszins te trechteren, bij voorbeeld de discussie per discipline te voeren, of per doelgroep of per beleidsdoel of wat dan ook. Komt hier een vervolg op? Anders vrees ik dat we heel onbevredigd naar huis gaan en dat kan toch niet de bedoeling zijn van vanmiddag?
Germaine Princen: anders houden we wel pauze, ons doel van vanmiddag halen we toch niet. Ik zal proberen het doel van deze middag een beetje bij te stellen, evaluatie van een nota die bijna niemand kent of gelezen heeft, heeft geen zin. Ik wil met u praten over toekomstig beleid in het al- gemeen en dat kan dus niet op de een of nadere manier, de discussie is te breed en te wijd. U vraagt mij allerlei dingen waar ik nog geen standpunt over heb. De discussie ligt wat mij betreft echt open maar als het op deze manier en in deze samenstelling niet lukt, dan moeten we het wel- licht ook niet proberen.
Emiel Koning: de eerste stelling ging over cultuurparticipatie. Die verhalen van de scholen over cul tuureducatie, dat die bijdragen aan diversiteit, aan emancipatie van migranten en aan het multi-culturele karakter van de scholen. Ik vond dat wel heel erg snel, dat vond ik van de hele nota toen ik hem las. Ik ben op de eerste plaats een kunstinstelling waar bezoekers naar toe komen om uit te gaan en te genieten van een voorstelling. Dat is mijn eerste doel, daar sta ik voor. Participatie vind ik óók belangrijk, maar die migrantendiscussie speelt al heel lang. Diversiteit komt voor mij toch op de tweede plaats. Ik heb als theater erg veel last van dat soort overheidsdoelen, ook in de discussie met het AFK. Op papier is men heel erg voor diversiteit in het aanbod maar als je er in de praktijk van de programmering op ingaat, dan wimpelt het AFK je aanvraag doodleuk af. Kunst en cultuur zijn voor mij een waarde in zichzelf en daar staan de theaters en andere instellingen ook voor. Kunst en cultuur om diversiteit, emancipatie van migranten en sociale samenhang tus-sen bevolkingsgroepen te bevorderen, is een ánder doel en een ándere discussie. Ik zou die twee niet met elkaar willen vermengen. Ik zou bij de nieuwe nota heel graag zien dat deze twee zaken, het bevorderen van cultuurparticipatie en het bevorderen van diversiteit van het aanbod uit elkaar getrokken worden. In de eerste plaats moet het gaan om het bestaanrecht van kunst en cultuur zelf. Op de tweede plaats komt cultuur als beleidsinstrument van het stadsdeel, bij voorbeeld als middel om de verstandhouding tussen bevolkingsgroepen te verbeteren. Iets anders is dat diverse etnische groepen gebruik moeten kunnen maken van het aanbod, maar dat geldt net zozeer voor scholen, het welzijnswerk en voor het stadsdeel zelf als voor de theaters en andere culturele voor-zieningen. Ik zou die twee toch graag gescheiden willen houden.
Germaine Princen: stelt opnieuw vast dat de discussie niet goed verloopt en stelt voor de discus-sie te verdagen.
Guillaume van der Bogaerde: heeft sterk de indruk dat hier de gevestigde belangen liggen van de aanbieders. Scholen zijn vragers, het gaat ons om de kinderen, om die in aanraking te brengen met kunst en cultuur, om visie en om beleid. Wij krijgen ons geld voor cultuureducatie —rijksgeld, stadsdeelgeld, Verlengde Schooldag— niet op. Praat met ons over doelen, participatie, visie en beleid, over wie en wat, maar niet over geld.
Robin Lemmers: ik deel de mening van Germaine Princen dat de discussie niet goed gaat. Er wor- den allerlei standpunten over tafel gegooid. Ook de laatste spreker zit hier voor zijn eigen belang. Allemaal heel interessante discussies over de eigenwaarde van kunst en cultuur, diversiteit enz. Maar de stelling zojuist hier geponeerd door Jos Vijverberg, dat het stadsdeel zijn budget moet bundelen om enkele voorzieningen goed te outilleren of dat het door moet gaan met het versnip- peren van budget om talloze kleine initiatieven in stand te houden, die discussie zijn we nu weer helemaal kwijt. Ik stel voor daarop terug te komen. En ik zou de vraag willen opwerpen wat het standpunt van het stadsdeel over herschikking is, is er een meerderheid in het stadsdeel voor con- centratie of juist voor versnippering? Dan komen we tenminste in een discussie terecht tussen cul- tuur en politiek, zonder dat ieder zijn eigen issue naar voren brengt.
Wieb Broekhuijsen: heeft veel respect voor deze opmerking, dat zou de discussie echt verduidelij- ken, maar dan zitten hier een aantal mensen voor niets aan tafel. Ik hoor net een interessant dis cussieonderwerp, de een heeft teveel de ander te weinig: is herschikking niet een interessant on- derwerp?
Germaine Princen: ziet mensen vertrekken, terwijl zij dat betreurt.
Mildred van der Zwan: stelt voor te pauzeren en deze te gebruiken om met een nieuw agenda-voorstel te komen, waarna aanwezigen kunnen besluiten te blijven of te vertrekken.
Eleonoor van Beusekom: vraagt de gastheer en –vrouw of het stadsdeel zijn ambitieniveau ken-baar kan maken. Bespeurt tussen de regels van de evaluatie door veel misnoegen en de conclu sie dat het beter moet. Dan is een discussie over het ambitieniveau van het stadsdeel zinvoller dan over de kaasschaaf van herschikking.
Maryla Nienhuis: signaleert in de evaluatie een te vage omschrijving van kunst en cultuur, nl. het streven naar veraangenaming en verfraaiing van het bestaan en concludeert naar aanleiding daar- van dat we eerst met zijn allen moeten vaststellen wat we onder kunst en cultuur verstaan.
Jos van Hofslot: schorst de bijeenkomst.

Pauze

VTWEEDE DEEL 1E CONSULTATIERONDE

Jos van Hofslot: presenteert het agendavoorstel dat in de pauze ontwikkelt is en licht toe. Eerste speerpunt is het stimuleren van cultuurparticipatie, dat wil zeggen het bevorderen van diversiteit, vermenging van doelgroepen als ouderen, migranten, jongeren en anderen inwoners die niet of weinig participeren in kunst en cultuur. Tweede speerpunt het stimuleren van nieuwe initiatieven met potentie die gerelateerd zijn aan het stadsdeel en als derde speerpunt de rol die het stads deel zou moeten vervullen in het ondersteunen en versterken van de fysieke infrastructuur voor kunst en cultuur. En om vervolgens aan deze drie speerpunten de rest van de middag, dat wil zeg- gen van 15:30 tot 16:30 uur te besteden.

Martin Veltman: daar zitten we allemaal weer, redelijk wit (autochtoon-nederlands, jvh redactie) hè. Hoeveel migrantenorganisaties zijn er eigenlijk uitgenodigd?
Jos van Hofslot: alle migrantenorganisaties die het stadsdeel heeft. De twee vertegenwoordigers van Stichting Sociaal Cultureel Centrum Marokkanen die net vertrokken, hebben zich persoonlijk bij mij afgemeld en zich verexcuseerd omdat ze weer op tijd terug op school moesten zijn.
Robin Lemmers: het gaat niet alleen om participatiebevordering van migranten maar om cultuur- participatie in het algemeen en hoe het stadsdeel dat kan stimuleren.
R. Pennekamp: kunst moet een meer levende rol krijgen in het stadsdeel. Kunstenaars en kunstinstellingen uit het stadsdeel moeten kunstprojecten samen met buurtbewoners realiseren. Dan krijg je een community art. Community art zou een onderdeel van het bevorderen van cultuur-participatie kunnen zijn. Community art of kunstprojecten om cultuurparticipatie van buurtbewo- ners te vergroten. Community art is een kunstvorm waarbij buurtbewoners op een laagdrempelige manier bij kunstprojecten worden betrokken. Voorbeelden zijn kunstprojecten in de openbare ruim- te. Bewoners zijn daar actief bij betrokken.
Mildred van der Zwan: als stadsdeel moet je cultuurparticipatie bevorderen juist ook omdat het stadsdeel zo uniek is in zijn rijkdom aan kunst –(objecten), kunstenaars die er wonen en culturele voorzieningen. Het is goed om bewoners daarmee in aanraking te brengen en ze zoveel mogelijk daarvan te laten zien. Het is goed om op die manier verschillende doelgroepen als jongeren, ou-deren, migranten en vrouwen daarmee kennis te laten maken.
Inge Tramm: je moet niet alleen mensen willen bereiken die op internet zijn aangesloten. Kijk ook naar alternatieve communicatiekanalen zoals Dwars door de Buurt, niet alleen via elektronische media. Niet alle ouderen maken daar gebruik van of weten daarop de weg te vinden.
Jos Vijverberg: alle culturele instellingen zouden heel scherp hun eigen missie onder woorden moeten brengen en zich daar vervolgens aan moeten houden. Je moet je als instelling goed reali- seren waarvoor je bent, waar je goed in bent. In ons geval is dat de dans, daar zetten we onze markt in uit om een zo groot en breed mogelijk publiek te bereiken. Je moet als stadsdeel niet pro-beren culturele instellingen te dwingen dingen te doen waar die instellingen niet voor bedoeld zijn. En dan vind ik dat de politiek een keuze moet maken op grond van die missie en kijken hoe het die missie, samen met de instellingen, verder kan ontwikkelen. Het stadsdeel kiest voor bepaalde missies door deze te ondersteunen en te subsidiëren. Subsidiering is een impliciete keuze van het stadsdeel. Het stadsdeel zegt daarmee dat het de missie van de instelling die het subsidieert on dersteunt. Een instelling kan natuurlijk ook los van stadsdeelsubsidie haar eigen missie blijven na- streven, dat is de uiterste consequentie van deze redenering als het stadsdeel haar missie niet ap precieert. Het stadsdeel moet dus duidelijke keuzes maken en daar zijn subsidiebeleid op base- ren. Kiest het stadsdeel voor community art of voor cultuureducatie dan moet het dat laten blijken door de subsidie die het verstrekt. Door te kiezen voor bij voorbeeld community art krijgt het stads- deel wel een heel andere culturele infrastructuur dan het nu heeft.
Wieb Broekhuijsen: het stadsdeel zou een jaarlijkse uit te reiken prijs in het leven kunnen roepen voor het meest originele initiatief om een zo divers mogelijk publiek binnen te halen, een prijs voor de instelling die de meeste bezoekers weet te trekken die tot de doelgroepen van het stadsdeel be horen. Die prijs zou daar dan ook aan moeten worden besteed. Verder zou ik het stadsdeel willen adviseren kleinere instellingen te ondersteunen met expertise in marktbewerking. Kunstmarketing is erg belangrijk om doelgroepen te bereiken. Het gaat mij om deskundigheid, niet om geld. Het stadsdeel zou iemand kunnen aanstellen die dit soort expertise in huis heeft.
Henk Grobben: u heeft het over het aanstellen van een expert maar er is al veel expertise op dit punt in het stadsdeel, nl. bij culturele instellingen. Dus wat ik wil zeggen: maak gebruik van elkaars expertise in kunst- en cultuurmarketing. Die uitwisseling staat op dit moment in het stadsdeel op een laag pitje.
Wieb Broekhuijsen: u bent welkom, al gaat mijn KIT Tropentheater gebukt onder hoge werkdruk. Ik zou het desondanks wel willen aanbieden, die expertise.
Jantien Westerveld: ook hier draait het weer om geld, om verdeling en inzet van budget. Bij cul-tuurparticipatie zou het om visie moeten gaan: wie wil het stadsdeel bereiken en waarmee. Wat kunnen we voor onze doelgroepen van cultuurparticipatie betekenen? Dan kom je als vanzelf uit bij synergie in plaats van versnippering.
Martin Veltman: ik wil nog even terugkomen op community art. Belangrijk voor het bereiken van buurtbewoners is community art. Community art is wat mij betreft hèt middel, dwing aanbieders via subsidie naar buiten te gaan, zou ik het stadsdeel willen adviseren. We hebben zelf met het plan gespeeld met een Zuid-Afrikaanse kunstenaar in zee te gaan die de wereld rondreist om in wijken van wereldsteden als Londen, Berlijn en Parijs samen met buurtbewoners giga-houtsnijwerken te maken. Als daar dan nog een dansje, zang en muziek bij komt, dan heb je de buurt voor je gewon- nen. Vooral naar buiten gaan dus. Ik denk dat je dan heel veel bereik hebt met cultuurparticipatie.
Michel de Rooij: voor cultuurparticipatie van jongeren is het belangrijk dat de doelgroep zich her-kent in het aanbod. Als je doelgroep zich herkent in je aanbod, komt ze vanzelf bij je binnen. Je moet dan wel je disciplines aanpassen aan de nieuwe realiteit —rap, streetdance, urban dance, graffiti etc.— waarvoor traditionele instellingen vaak de expertise niet in huis hebben. Wat je dan moet doen is mensen uit de doelgroep die daar bedreven in zijn, binnen halen. Daardoor creëer je vanzelf een voor je doelgroep herkenbaar aanbod. Zorg ervoor dat je met je aanbod op dezelfde golflengte als de doelgroep zit, dan komt die groep die je binnen wilt hebben, vanzelf naar je toe. Dat is mijn boodschap.
Karin Met: vanuit het aanbod cultuureducatie zeg je dus: afstemmen van het aanbod op de vraag, om leerlingen te laten aanhaken. Moet je de jeugd niet juist ook laten kennismaken met aanbod waar ze niet als vanzelf bij aanhaken?
Michel de Rooij: daar ben ik het sowieso mee eens, maar zorg er wel voor dat je ze eerst binnen krijgt. Je moet dan een beetje gaan mixen: zorg eerst voor de trekker en voeg daar dan klassieke kunstvormen aan toe die ze nog niet kennen. Daarom is ons aanbod ook zo breed, het varieert als gezegd van urban dance en rap tot Turks volksdansen en yoga. Om je doelgroep binnen te halen moet je communiceren op het niveau waarop je doelgroep kán communiceren.
Jos den Dikken: we hebben het over kunst, marktwerking, doelgroepenbeleid en participatie, alle- maal heel belangrijk. Maar waar blijft de kunstenaar, willen we als stadsdeel een stimulerend werk klimaat voor kunstenaars? Het lijkt alsof kunst alleen middel is en geen doel op zich.
Wieb Broekhuijsen: maar toch, met alle liefde voor de kunstenaar want die komt bij ons dagelijks o ver de vloer, wij zijn echt heel trots dat 35 % van ons publiek van niet-Nederlandse achtergrond is. Die mensen maken dat in de zaal de sfeer anders is, die herkennen degene die op het podium staat en laten dat weten, die laten de rollende r horen of roepen luid “olé” en dat maakt de sfeer in zo’n zaal bij een voorstelling heel anders. Bij een voorstelling ontstaat pas echt sfeer als datgene wat in de zaal zit, óók klopt.
Jos den Dikken: dan bedienen we de toeschouwers, dan hebben we het niet meer over een stimu- lerend werkklimaat voor kunstenaars.
Inge Tramm: in onze samenleving krijgt sport erg veel ruimte, maar mij valt op dat kunst en kunst-beoefening veel minder ruimte krijgen. Ik pleit voor meer faciliteiten voor kunstbeoefening. Kinde-ren moeten ruimte hebben om lawaai te maken. Ik vraag me af of in de Watergraafsmeer voldoen-de creatieve of oefenruimte is. U had het net over een centrum. Ik heb het over ruimte voor creativi teit zelf. Moeten we niet ook het ongekende bij de mensen brengen? Ik geef u het prachtige voor beeld van Simon Rattle. Samen met een choreograaf heeft hij bij leerlingen van een school in Kreuzberg waar veel Marokkanen, Turken en andere vreemdelingen wonen, de Sacre du Prin temps ingestudeerd. Die kinderen wisten daar niets van af. Hij heeft daarmee enorm veel enthou siasme voor “klassieke” cultuur gekweekt, waar deze kinderen eigenlijk geen boodschap aan heb- ben. Dit soort activiteiten zijn baanbrekend.
Robin Lemmers: ik kom toch weer terug bij de stelling die we eerder hebben geponeerd: a) moet cultuurparticipatie gestimuleerd worden en b) wat is de rol van het stadsdeel daarin, hebben we daar een mening over of moet de politiek dat maar zelf uitzoeken? Initiatieven die ik hoor zijn in-vulling van mogelijk beleid maar het gaat in eerste instantie om beleidsrichtingen. Moeten er speer punten worden geformuleerd. Er zijn er net drie genoemd. Ik stel u de vraag: bevorderen van cul tuurparticipatie, denkt iedereen hier daar ongeveer hetzelfde over en zo ja, hoe zou dat gestimu- leerd moeten worden?
Jos Vijverberg: het antwoord ligt bij jou, bij jouw centrum.
Robin Lemmers: ik zit hier ook maar als gast, ik bedoel, ik heb daar ook niet één-twee-drie een ant woord op maar ik denk wel dat dat een goed speerpunt zou kunnen zijn als het aangepast wordt en samen met de kunstwereld ontwikkeld, dus a) draagvlak bij de culturele instellingen en b) ieder- een hier aanwezig zet zich in om gezamenlijk een advies te produceren voor de raad die dat ver- volgens vaststelt.
Jos Vijverberg: ik wil daar een antwoord op geven —daarom heb ik het een missie genoemd. Als je zoveel mogelijk mensen wilt bereiken moet je weten wíe je wilt bereiken. Ik ben het met Wieb eens dat je de mensen in de zaal moet bereiken als je een voorstelling neerzet, maar er is een tra- ject aan verbonden. Dat heet talentontwikkeling, dus: wat wil je mensen die enthousiast zijn, bie- den als vervolg. Je ben er niet met educatie alleen. Talent houdt niet op wanneer je in de zaal zit. De vraag is: kunnen mensen met talent doorgroeien, zijn er genoeg werkplaatsen, zijn er door-stroommogelijkheden naar de stad? Daarom vind ik ook dat afstemming nodig is met de andere stadsdelen. Om te zorgen dat niet elk stadsdeel hetzelfde doet. Van dit punt kom ik bij punt 2. Wanneer iedereen activiteiten voor Turkse en Marokkaanse jongeren gaat programmeren, wordt het een erg eenzijdig verhaal. Talentontwikkeling kan veel breder ingezet worden.
Robin Lemmers: volgens mij is dit onderdeel van het voorstel, van het speerpunt dat er al ligt, nl. moet cultuurparticipatie gestimuleerd worden, wat moet het stadsdeel daaraan doen en vervol gens hoe ga je dat dan uitvoeren en instrumenten ontwikkelen om dat te bereiken. Ga je talent ont wikkelen, al dan niet podia professionaliseren of ga je je juist op iets ander concentreren? Dan moet je op een bepaald moment vastleggen: hier zijn we het over eens.
Michel de Rooij: het staat buiten kijf dat je cultuurparticipatie moet stimuleren. Ik kan me vanuit mijn instelling niet anders voorstellen. Daarnaast wil ik even reageren op wat Jos vijverberg daar- net zei, nl. dat niet elk stadsdeel hetzelfde moet gaan doen en activiteiten voor Turkse en Marok- kaanse jongeren gaan programmeren. Zolang participatie van deze groepen jongeren erg laag is, vind ik het prima om daar activiteiten voor neer te zetten.
Jos Vijverberg: ja, mits het samenhangend is, m.a.w. als het, zoals jij zegt, gericht is op de groe-pen die je binnen wilt hebben en gebruik maakt van methodes en ambassadeurs van je doelgroep. Je kunt niet zomaar een activiteit neerzetten. Je moet weten wát voor activiteiten en voor wie.
Michel de Rooij: ja, in elk geval moet de participatie van die groepen vergroot worden.
Germaine Princen: de vraag blijft: wat moet ik daarmee, m.a.w. wat moet de politiek daarmee? De vorige nota en eigenlijk alle nota’s van het stadsdeel staan bol van het bevorderen van participatie. Dat is een open deur, is dat genoeg? Doet u de rest allemaal zelf, met of zonder budget van het stadsdeel. Of zeg je: stadsdeel, ga eens wat moois organiseren, laat in een soort gezamenlijkheid, al dan niet gesubsidieerd, eens zien wat het stadsdeel allemaal aan rijkdom te bieden heeft? Daar zit ik mee, daar zit ik naar te zoeken.
Jos van Hofslot: er is toch al veel gezegd over hoe je cultuurparticipatie moeten bevorderen: her- kenbaar zijn voor de doelgroep, talentontwikkeling en doorgroeimogelijkheden, weten wie je doel- groep is etc.
Germaine Princen: met alle respect, ik ben geen instelling, ik ben van de politiek. Hoe instellingen dat regelen moeten ze zelf weten. Wat ik nodig heb is: weten welke voorwaarden ik of de politiek moet creëren, met of zonder subsidie, zaken met elkaar verbinden, gelegenheid bieden tot, dat soort concrete aanbevelingen, daar gaat het mij om.
Jos den Dikken: ik stel een heel foute vraag, maar wordt die nog wel gesteld: waaròm cultuurparti- cipatie?
Eleonoor van Beusekom: Als ik cultuurparticipatie mag vertalen in: hoe laten we zien dat er leuke- re dingen zijn dan op televisie of computer, laat het stadsdeel de instellingen dan de opdracht ge- ven daar instrumenten voor te ontwikkelen en nieuwe wegen te wijzen. Dat zou een mogelijkheid zijn. Er zijn genoeg creatievellingen in het stadsdeel om daar invulling aan te geven. Dit laat on- verlet dat dit geen specifiek stadsdeelprobleem maar een wereldprobleem is. Het stadsdeel moet geen wereldprobleem willen oplossen, maar dit terzijde.
Robin Lemmers: ik zou dan willen zeggen, verander de wereld en begin bij jezelf. Ik zou het stads- deel willen uitdagen van: kan je de nota niet beginnen met: “Cultuur is geen verfraaiing, maar nood zaak”. Het wordt heel stil nu.
Machtelt van Thiel: daar sluit ik me bij aan. De Rode Loper op School probeert een basis te leg-gen, we proberen de kinderen kennis te laten maken met de culturele rijkdom van dit stadsdeel, cultuur een gezicht te geven: wat gebeurt er achter de gevel van dit gebouw. Dat is horizonverbre-ding, soms ook ontregeling Dat kunst je op andere gedachten brengt of überhaupt aan het denken zet. Cultuur heeft naast verfraaiing en veraangenaming nog zoveel andere aspecten die in het le- ven van mensen een rol spelen.
Anouck Wolf: bij cultuurparticipatie is ook belangrijk aan te geven wat voor participatie het is, is het actief, of receptief, eenmalige kennismaking of wil je mensen binden?
Machtelt van Thiel: als je kinderen een keer meeneemt naar MK24 en zo’n kind wordt dan enthou-siast om op een ezel te schilderen, dan ontbreekt het vaak ook weer aan geld. We hebben het hier over groepen die nu eenmaal niet veel geld hebben.
Eleonoor van Beusekom: voor educatie is wel geld, maar als je dan enthousiast bent en je wilt er-mee door dan is er ineens geen geld meer.
Jantien Westerveld: wij hebben als Muziekschool een vaste doelgroep hoogopgeleide mensen. Maar de stad kent vele gezichten, dus ook minder kansrijke gezinnen. Sinds 2005 hebben wij een project opgezet in de wijk. Er is er ook een hier in Oost in buurtcentrum de Werf. Docenten van de Muziekschool gaan daarbij veel meer in clubvorm met kinderen aan de slag. Je merkt dan inder- daad dat dat een probleem is. Zelfs als ouders een heel kleine eigen bijdrage moeten betalen. Terwijl je weet dat daar echt talent onder zit. Die kinderen vinden het ook echt leuk om te komen. Dan zeggen die ouders, we komen volgende week toch maar niet want het geld is even op en we kunnen die bijdrage voor drie kinderen nu gewoon niet missen. Als ze een instrument willen be spelen, een instrument moeten aanschaffen en dan ook nog eens lesgeld moeten betalen, dan wordt vervolg wel een erg groot probleem. Misschien is een overweging om hier een fonds voor op te richten of een verbinding te maken met bedrijven die dan bij voorbeeld voor drie jaar de lessen van een leerling willen sponsoren. Dus dat je op die manier een kind een follow up kan geven. Het is al hartstikke moeilijk om iedereen te bereiken, laat staan om ze een vervolg te bieden.
Anouck Wolf: mag ik daarop reageren, er is namelijk een fonds voor mensen op het sociaal mini-mum, die kunnen daar voor dat soort dingen gebruik van maken.
Jantien Westerveld: bedoel je wat door DMO is opgezet?
Anouck Wolf: nee, volgens mij is het de Dienst Werk en Inkomen die zo’n regeling heeft voor mini-ma. Ik denk overigens wel dat dat voor veel mensen te ingewikkeld is, al die formulieren die ze moeten invullen om voor een vergoeding voor dat soort dingen in aanmerking te komen.
Jos van Hofslot: genoeg nu wat mij betreft over dit onderwerp, we gaan teveel naar details van fi-nanciering van de follow up. Het is in elk geval wel een punt van aandacht voor het stadsdeel. Ik wil even terugkomen op de vraag van Jos den Dikken, nl. wat doen we voor de kunstenaars, wat vindt u van het stimuleren van nieuwe initiatieven die kansrijk zijn, die tot vernieuwing leiden of die leuke dingen in het stadsdeel brengen, het onderwerp dus dat we zojuist als speerpunt 2 hebben aangegeven?
John Prop: ik wil even iets zeggen over participatiebevordering voor we naar het volgende speer-punt gaan. Participatie is een groot goed, maar wij van Polderlicht doen helemaal niets aan partici patie, tenminste geen actieve participatie van bewoners die een kunstwerk neerzetten.
Jos van Hofslot: wat moet het stadsdeel dan met mensen en initiatieven als de uwe?
John Prop: je kunt wel een speerpunt maken van participatie en cultuureducatie maar je moet nooit uit het oog verliezen dat er instellingen en initiatieven zijn die werken met professionele kuns tenaars die een ander soort participatie van bewoners vragen, bewondering en verwondering voor iets dat ze zelf niet kunnen.
Jos van Hofslot: nou, wat is de rol van het stadsdeel dan?
John Prop: nou, ook dát stimuleren en subsidiëren.
Jos van Hofslot: dat is dus speerpunt 2, stimuleren van initiatieven die kansrijk zijn en potentie hebben?
John Prop: inderdaad.
Robin Lemmers: bovendien, als je op straat loopt en je verwondert je over wat je ziet, dan ben je ook aan het participeren volgens mij. Participatie in zijn algemeenheid. Dat is waar cultuurpartici-patie voor staat.
Jos den Dikken: dit zijn dan van die initiatieven die niet te meten zijn, waarvan de participatie niet te meten is, in termen van aantallen bezoekers etc.
Germaine Princen: niet dat dat als doelstelling in de nieuwe nota komt te staan, met achterin een rekenmethode om te bepalen hoeveel bezoekers zo’n initiatief heeft getrokken. En dat we als stadsdeel dan achteraf zeggen: onvoldoende bezoekers getrokken, weg ermee. Dat is niet de ge dachte zoals ik er nu mee bezig ben. Ik ken Polderlicht natuurlijk wel en ik snap dat dat een ander soort participatie is. Daar maak je op je eigen manier reclame voor. Maar er staat niet bij, het be- reik is zó groot en het doel was dát en dát. Ja, verwondering, dat moet in het beleid ook een plek krijgen, als effect van initiatief. Het is even zoeken hoe je dat benoemt in de nieuwe nota, omdat het over zoveel verschillende dingen gaat, qua uitvoering, organisaties en doelgroepen.
Inge Tramm: voor verwondering, bewondering is ook heel belangrijk dat je zelf door te oefenen met diverse kunstdisciplines, leren muziek te maken, leren schilderen, je leert wat de betekenis is van bepaalde expressievormen en de schoonheid ervan meer leert waarderen en doorgronden.
Mildred van der Zwan: misschien moet je het ook geen participatie noemen, maar gewoon kennis maken met iets, met kunst en cultuur, dan is het misschien minder beladen.
Robin Lemmers: dat is me te vrijblijvend. Je wilt dat mensen gewoon meedoen, genieten, ervaren, hetzij passief, hetzij actief, en dat ze gegrepen worden door kunst. Dat is wat je wil.
Jos van Hofslot: mijn conclusie uit deze discussie is, dat je wat langer bij het begrip cultuurpartici- patie moet stil staan, wat je daarmee bedoelt: kennismaken met, binden, actieve beoefening, hori-zonverbreding, ontregeling etc.
Germaine Princen: ik wil hier nog aan toevoegen: ik participeer door als bewoner trots te zijn op het festival zoals dat in het Oosterpark plaatsvindt. Ik ga er niet eens heen, maar ik ben er rete- trots op dat dat hier allemaal plaatsvindt. Dat is mijn soort participatie, nl. dat ik mijn stadsdeel daarin vrij uniek vindt. Ik kom er echt wel hoor, wees maar niet bang. Ik bedoel: je hoeft er niet naar toe om tocht te participeren.
Wieb Broekhuijsen: over het geheel genomen, participatie begint met het kennisnemen van. Onbe kend maakt onbemind. Daarom wil ik pleiten voor het versterken van Festival De Rode Loper. Dat is het festival dat ons allen bindt en dat heel veel bewoners voor het eerst met bijzondere vormen van kunst en cultuur in aanraking brengt.
Jos Vijverberg: ik wil hier wel een tegenwerping maken. Wil De Rode Loper een centrale rol in het stadsdeel vervullen, dan moet ze wel duidelijker haar uitgangspunten formuleren en aangeven wat ze wil. Wil ze instellingen bekender maken, dan moet de festivalorganisatie een heel andere werk- wijze hebben dan nu. Voor instellingen is het bekend worden op een andere manier dan het festival doet, veel nuttiger, nl. het hele jaar door, op meerdere plekken en bij meerdere gelegenhe-den in plaats van één keer per jaar, tijdens het festival. Dus als De Rode Loper zich wil manifeste-ren als speerpunt van cultuurparticipatie dan zal ze haar doelstellingen behoorlijk moeten aan-scherpen.
Robin Lemmers: we hadden een derde speerpunt en die ging over infrastructuur. Als je het hebt o-ver initiatieven stimuleren, dan heb je het in eerste instantie over nieuwe dingen, dat kan een festi-val zijn, community art, een levensgroot houtsnijwerk, een straatkrijtfestival, workshops in de tram, noem maar op. Dat moeten dan initiatieven zijn die aan bepaalde criteria voldoen. Dus zul je crite-ria moeten formuleren waaraan initiatieven moeten voldoen. En je moet er budget voor vrijmaken, zoveel te besteden aan nieuwe dingen, zoiets dus.
Wieb Broekhuijsen: het moet voor iedereen duidelijk zijn dat dat budget er is en er moet meer bud- get voor komen.
Robin Lemmers: de vraag die hier aan de orde is, luidt: maken we stadsdeel hier als een speer- punt van?
Jos Vijverberg: daar wil ik dan wel aan toevoegen dat we eerst kijken naar de Centrale Stad en de stadsdelen, zodat niet iedereen weer hetzelfde gaat doen.
Robin Lemmers: ik kan je garanderen dat als je deze drie speerpunten daadwerkelijk nastreeft, dat je dan al enorm differentieert van ander stadsdelen. Bij andere stadsdelen zijn er hoogstens een of twee initiatieven die eruit springen, de rest is heel erg versnipperd.
M. Manicardi: als het stadsdeel de pretentie heeft nieuwe initiatieven te stimuleren dan moet het zich inspannen om van elders fondsen te werven om die initiatieven mogelijk te maken.
Germaine Princen: waarom doen instellingen dat zelf niet? Waarom legt u dat bij de overheid neer?
M. Manicardi: het heeft te maken met het verschil tussen woorden en daden. Er zijn hier heel veel woorden gehoord maar worden die ook getoetst? Wordt getoetst of doelgroepen echt bereikt wor- den? Hoe wordt dat getoetst, dat is gewoon een vraag. En als het stimuleren van nieuwe initiatie- ven speerpunt wordt, dan moet er ook een budget voor komen. Anders krijgen we alleen versnip- pering van wat we al hebben.
Jos van Hofslot: Michael, je punt is helder. Stadsdeel moet ook een rol spelen in het werven van externe fondsen om nieuwe initiatieven mogelijk te maken.
Emiel Koning: het is juist een heel goed idee dat het stadsdeel expertise ontwikkelt om fondsen te werven voor nieuwe initiatieven. Juist in nieuwe dingen is het vaak heel lastig om fondsen te vin- den. Het stadsdeel zou ook een rol kunnen spelen in het verbreden van die kennis. We verdienen allemaal aan het geld dat we zo binnen krijgen.
R. Pennekamp: ik vond het een heel goed nieuw initiatief dat ik net hoorde.
Jos van Hofslot: dan wil ik nu doorgaan met speerpunt 3, het ondersteunen en versterken van de fysieke infrastructuur voor kunst en cultuur. Jos Vijverberg heeft daar al iets over gezegd. Jos, wil je dat nog even toelichten?
Jos Vijverberg: in algemene zin vind ik dat moeilijk maar ik kan dat wel voor de theaters zeggen. De theaters zijn van drie geldstromen afhankelijk. We redden het net om telkens op incidentele ba- sis te overleven. Plein- en Muiderpoorttheater zijn gelukkig bezig samen sterker te worden door af- spraken te maken over verbreding van activiteiten. Juist om te kunnen overleven zijn voorzienin- gen zo houtje-touwtje aan elkaar vastgeknoopt. Het stadsdeel moet duidelijk moet maken wat voor voorzieningen het wil, wat het aan theater- en podiumkunsten heeft en hoe deze zich tot elkaar verhouden. Je kunt niet álles doen.
M. Manicardi: missie van het stadsdeel is Verbonden met de Buurt, een fantastische basis voor de nieuwe raadsperiode. Het stadsdeel moet niet de pretentie hebben een Carré, een Sydney Opera house of een Van Goghmuseum te willen hebben. Er moet ook een wat laagdrempeliger niveau behouden blijven. Dat is onderdeel van het bereiken van doelgroepen en publiek. Dat is volgens mij ook de bedoeling van Verbonden met de buurt. Dat je als stadsdeel niet alles kan.
Jos Vijverberg: ik heb het niet over pretenties maar gewoon over overleven. Dat je je personeel hebt en dat je je deuren kan openen. Heel simpele dingen waar we als Plein- en Muiderpoortthea-ter voor vechten en waarvoor we telkens maar weer hetzelfde verhaal afsteken.
M. Manicardi: wij verdienen 80 % van onze inkomsten zelf.
Henk Grobben: wij ook. Ik vind dat instellingen die er nu zijn en die je een warm hart toedraagt, wat zekerder van hun toekomst moeten kunnen zijn. Als je werkt in deze tijd merk je dat mensen ook kwaliteit eisen. Je kunt niet werken vanuit een krotje met heel weinig voorzieningen. Zeker op langere termijn wil je toch goede voorzieningen neerzetten. Dat geldt voor de werkers, voor het pu bliek. Het moet een beetje uitstraling hebben en kwaliteit. Je moet wel gewoon kunnen werken. Vroeger ging je je spotjes lenen bij de IJsbreker maar dan kan echt niet meer.
Robin Lemmers: dat mooie fonds voor nieuwe initiatieven gebruiken we ook wanneer we nieuwe stoelen nodig hebben voor ons theater. We verpakken die vraag dan in een mooi plan. Ik bedoel: je kunt niet eindeloos geld blijven steken in gebouwen, bedrijfsverzamelgebouwen en nog meer ge bouwen, nog meer stenen en spullen, dat kan niet. In de podiumwereld zijn er verschillende pot- jes, voor exploitatie, voor programmering, voor festivals, voor educatie etc. Daarmee sprokkelen jullie je geld bij elkaar. Het is de taak van de culturele instellingen die over eigen huisvesting be- schikken, vroeg of laat te kijken naar de verhouding vastgoed en programmering. Die twee zijn e conomisch gezien, twee totaal verschillende verhalen. Dát moet postvatten in de kunstwereld. De subsidiekraan gaat de komende jaren minder hard stromen, wat je daar verder ook van vindt. Speerpunt zou moeten zijn hoe je subsidiestromen ombuigt om een gezond cultureel klimaat te be houden. Dat is mijn uitgangspunt.
Wieb Broekhuijsen: juist de theaters hebben voortdurend te maken met aangescherpte wet- en re-gelgeving. Je kunt wel zeggen: niet teveel in stenen investeren maar daar zit je als podium vaak wel aan vast. Het is gewoon noodzaak.
Jos Vijverberg: kwaliteit van stenen is ook belangrijk. Er zijn de laatste jaren heel veel zalen, podia en stoelen bijgekomen maar er is niet geïnvesteerd in expertise ‘achter’ de stoelen, gebouwen etc.
Wieb Broekhuijsen: ik heb het niet over stoelen en stenen, maar over ARBO-wetgeving bij voor-beeld.
Jos Vijverberg: dat weet ik, heb ik zelf ook mee te maken, maar als het stadsdeel in fysieke infra-structuur wil investeren dan moet het in mensen investeren.
Anouck Wolf: als je het hebt over investeren in infrastructuur in het stadsdeel dan kan ik me voor-stellen dat je als stadsdeel ook investeert in netwerken van samenwerkingsrelaties tussen scholen en aanbieders van cultuureducatie, bij voorbeeld door een markt te organiseren waar mensen el- kaar kunnen ontmoeten, ideeën kunnen uitwisselen of gezamenlijk iets kunnen ontwikkelen.
Inge Tramm: gebouwen waar mensen samen kunnen komen en kunnen oefenen. Dat kan niet al- tijd thuis. Ik weet niet of er voldoende creatieve oefenruimte in de Watergraafsmeer is.
Jos van Hofslot: ik volsta hier met vast te stellen dat het stadsdeel een rol kan spelen in het ver-strekken van informatie over gelegenheid tot ontmoeting en creatieve oefenruimtes en ik verwijs daarbij graag naar de activiteiten van Jos den Dikken en haar CIAOW.
Eleonoor van Beusekom: ik kom nog even terug op het ambitieniveau van het stadsdeel. Het stadsdeel zou zich moeten afvragen: hoe professioneel wil ik dat wij, culturele instellingen en kuns tenaars, met ons allen zijn? Dáárover zou het stadsdeel standpunt in moeten nemen. Het stads-deel heeft daar door ruimtebieding, door facilitering en financiering, als beheerder van openbare ruimte, heel veel invloed op.
Jos van Hofslot: daarmee zijn we weer precies bij de tegenstelling waar Jos Vijverberg het eerder over had. Kiest het stadsdeel voor versnippering of voor clustering, voor professionaliteit of voor a mateurisme, voor van alles iets maar van niets alles, voor selectie en een hoog ambitieniveau of voor van alles wat met weinig ambitie.
Chris de Jong: het stadsdeel heeft een aantal voorzieningen dat tot zijn professionele infrastruc-tuur behoort. Het Tropentheater heeft al aangeboden op onderdelen bij te dragen aan het stimule- ren van kwaliteitsverbetering. Dat kan op veel meer plaatsen gebeuren. Het stadsdeel moet niet proberen een infrastructuur neer te zetten die de infrastructuur van de Centrale stad of van de pro- vincie nog eens dunnetjes overdoet. Waarom moet het stadsdeel een markt voor cultuureducatie organiseren als die er al is, provinciaal of op het niveau van de centrale stad?
Anouck Wolf: er zijn in diverse stadsdelen wel initiatieven voor culturele markten. Scholen willen meerdere aanbieders die zich tegelijk presenteren, kunnen ontmoeten om zo wat langduriger sa- menwerkingsrelaties aan te gaan. De educatiemarkt waar ik aan denk, heb ik in Amsterdam eerlijk gezegd nog niet gezien. Er zijn provinciaal of stedelijk wel initiatieven maar die hebben niet betrek- king op cultuureducatie of zijn niet specifiek geschikt voor scholen duit Oost ie iets met cultuuredu- catie willen.
Mildred van der Zwan: De Rode Loper heeft een unieke positie in het stadsdeel. Ze is zelf geen culturele instelling. Ze is voor de instellingen maar niet vàn. We kennen als Rode Loper vrijwel alles in het stadsdeel omdat we samenwerken met zo’n veertig culturele instellingen en initiatie ven. Behalve voor het festival dat we organiseren, worden we constant benaderd voor informatie en advies. Op deze manier zijn vrijwel alle initiatieven bij de Rode Loper terecht gekomen.
Jos van Hofslot: wat is je boodschap voor het stadsdeel?
Mildred van der Zwan: Nou, dat er al een platform is, alleen worden wij er niet voor betaald.
Eleonoor van Beusekom: dat bedoelde ik nou met de oproep: hoe professioneel wil het stadsdeel dat wij, culturele instellingen, zijn.
Mildred van der Zwan: als het stadsdeel dat wil, is er wel een plek om informatie te laten samenko- men. Alleen moet het stadsdeel erin investeren.
Robin Lemmers: ik geloof ook dat er waarde is in differentiatie van kwaliteit, niveau of wat dan ook. Als je alles op hetzelfde niveau tilt dan concurreert iedereen elkaar de tent uit. Je moet diffe-rentiëren, van Tropen- tot Badhuistheater, van Rode Loper tot Bredewegfestival. Dat moet je alle- maal stimuleren, en niet alleen met geld, dat ben ik met de wethouder eens. Dat kan ook voorwaar denscheppend. Dat vind ik ook van het hele verhaal van de infrastructuur. Die kan het stadsdeel stimuleren op het niveau van software, van: hóe kunnen mensen wáár hun informatie halen, hóe kunnen ze linken leggen. En voor een deel voorwaarden scheppend. Als bedrijfsverzamelgebou- wen nodig of wenselijk zijn, is daar een loketten voor. Er is een project Broedplaatsen Amsterdam, ook hier in het stadsdeel. Dat project heeft veel geld weg te geven. Het stadsdeel kan daar actief in bemiddelen en roepen: komen jullie ook eens een keertje hier naar toe.
Jos van Hofslot: doen we als stadsdeel ook.
Robin Lemmers: ik heb hier een aantal mensen een aantal keren horen vragen: waar is een ge-meenschappelijk gebouw.
Machtelt van Thiel: het stadsdeel heeft een broedplaats, Marci Panis.
Robin Lemmers: dat is mij bekend maar die zit al vol.
Machtelt van Thiel: niet is alles is bekend bij ieder die hier aan tafel zit. Er is nog zo ontzettend veel meer.
Martin Veltman: ik wil hier nog een keer op inhaken, op die coördinerende rol. Die zou meer arm-slag moeten krijgen. Ik ken de structuur verder niet. Maar wat ik in het begin al zei, het stadsdeel moet ook een mogelijkheid bieden om naar buiten te gaan. Ik heb dat al eens duidelijk gemaakt aan de wethouder. Onze werkplaats samen in een gebouw met MK 24 aan de Mauritskade. Om dat voor elkaar te krijgen is coördinatie nodig. Als die disciplines bij elkaar aan tafel zitten —en dan gaat het niet altijd om geld— en er is dan een bureau is die dat coördineert —of dat nu de Rode Loper is of een andere organisatie— dán gebeurt er wat, kan komt er samenhang en samen werking in een verzamelgebouw. Instellingen moeten daarbij ook naar buiten.
Germaine Princen: voordat iedereen heel erg in bureaus en mensen gaat zitten denken en weer in computers en telefoons. Dat is míjn taak, en die van het stadsdeel, maar ook van de instellingen zelf, van elke club en van elke bewoner om elkaar op te zoeken en elkaar te leren kennen. Als je wat wit en je komt bij mij, dan verwijs ik door en zeg, ken je die of die al, heb je die mogelijkheid al eens bekeken, voordat we weer een bureau gaan oprichten en er heel veel geld in gaan stoppen. Het is vaak een een kwestie van doen en niet van alles weer bedenken.
Robin Lemmers: we moeten vermijden dat al het geld weer in zo’n bureau gaat zitten in plaats van in de kunsten. Als de Rode Loper bij voorbeeld geleidelijk aan die functie krijgt omdat ze zo al in het stadsdeel zitten, dan kan ze een plan schrijven van: dit hebben we de afgelopen jaren allemaal al meegemaakt in het stadsdeel, kunnen we daar niet een andere rol in krijgen en kan dat dan op die manier gehonoreerd worden. Dat lijkt mij een legitieme werkwijze.
M. Manicardi: moeilijke vraag, maar wat is professionaliteit, dat is volgens mij een heel rekbaar be-grip. Ik hoor de hele tijd dat ik professioneel moet zijn. We hebben te maken met buurten en met participatie. Af en toe zit ik in een spagaat met dat woord professionaliteit. Ik ben zelf al jaren pro-fessioneel kunstenaar, maar moet je altijd naar professionaliteit streven, vraag ik me af.
Germaine Princen: we moeten dit begrip beter gaan omschrijven.
Inge Tramm: ik kom met een ander punt over de infrastructuur. Voor ouderen zijn veel gebouwen moeilijk of niet toegankelijk. Ik weet niet of dat hier ook thuishoort. Het gaat mij dus om fysieke toe- gankelijkheid.
Robin Lemmers: het Muziekmakerscentrum dat er komt, daar kun je overal komen met een rol- stoel, voor blinden komen er brailletekens, een looplijn, alles.
Jos Vijverberg: ik wil nog even iets zeggen over het ambitieniveau van instellingen die je als stads- deel wil hebben. We krijgen binnenkort een Huis van de Dans. Dat zal enige opschudding geven in de verhouding met de bestaande theaters in het stadsdeel. Ik ben erg benieuwd wat voor stand- punt het stadsdeel daarover inneemt. Dan kom ik op differentiatie: hoe professioneel moet alles zijn, en vervolgens op: hoeveel rommelruimte mag er zijn?
Eleonoor van Beusekom: even een huishoudelijke vraag: ik kreeg wel de nota maar niet de uitnodi ging. Ik zou graag de agenda krijgen voor de 16e, heb ik begrepen.
Mildred van der Zwan: aan het begin is gesproken over het Groot Overleg Cultuur, wanneer is het volgende Groot Overleg?
Germaine Princen: dat weet ik nog niet, heeft ook te maken met de discussie die we nu voeren. Ik wil kijken wie daarbij aangesloten moeten zijn. Ik praat graag in dit soort grote gezelschappen. Ik wil daar wel iets mee maar zonder daar nu concreet iets over te zeggen. Dan kijk in ook naar indi-viduele kunstenaars. Ik weet nog niet welke rol ik ze daarin wil geven en hoe ik hen daarbij wil be- trekken. In een of andere vorm wil ik een groot overleg, maar hoe, daar ben ik nog niet uit.
Wieb Broekhuijsen: goed initiatief, ik zal er volgende week niet bij zijn, maar bedankt.
Jos van Hofslot: sluit de bijeenkomst en zegt toe een lijst te maken van instellingen inclusief con- tactpersonen en contactgegevens en die ter beschikking te stellen.


-0-0-0-0-0-